inklimmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·klim·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inklimmen
klom in
ingeklommen
klasse 3 volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

inklimmen

  1. ergatief klauterend betreden
    • Zij waren uit angst een boom ingeklommen. 
     Rattlesnake klom de steile kloof in om onder aan de waterval te badderen.[1]


Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be