inklemmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·klem·men
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

inklemmen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inklemmen
klemde in
ingeklemd
zwak -d volledig
  1. vast komen zitten tussen twee of meer andere zaken
    • De PvdA laat de partijen waar het de meeste verwantschap mee voelt, in de steek en laat zich inklemmen tussen twee christelijke partijen.” [2] 
    • Om de landhonger te stillen zijn 450 polders aangelegd, zijn rivieren in het korset van hun zomerbedden geperst. Nog steeds neemt de druk op de ruimte toe, maar doorgaan met landwinning is geen optie. Inklemmen van water eist zijn tol. [3] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Guus Valk 17 januari 2007 ‘PvdA-top wil de kiezer in het midden behagen’
  3. NRC Peter van RooyMartin Vuyk 8 januari 2003 Waterbeheer kan een feest zijn
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be