inhouwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·hou·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inhouwen
hieuw in
ingehouwen
klasse 7 volledig

Werkwoord

inhouwen

  1. overgankelijk door houwen in iets aanbrengen
    • Het eiland Biševo strekt zich uit over 6 vierkante kilometer met vele grotten, die ingehouwen zijn in de steile kust. 

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders
68 % van de Vlamingen.