inhoudt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·houdt

Werkwoord

vervoeging van
inhouden

inhoudt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inhouden
    • ... dat jij inhoudt. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inhouden
    • ... dat hij inhoudt.