inhouding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·hou·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inhouding inhoudingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inhouding v [1]

  1. vermindering van een salaris of uitkering als sanctie of als betaling van een belasting
    • Vorige week kregen drie Amerikaanse militairen die ook op het filmpje staan, te horen dat zij niet worden berecht. De zaak wordt afgedaan met een disciplinaire sanctie, zoals een berisping, degradatie of de inhouding van een deel van hun soldij. [2] 
    • Ook kunnen kortingen op de uitkering anderen raken die er niets aan kunnen doen, omdat bijstandsontvangers gezinnen met kinderen hebben. Verder voelt een deel van de mensen in de bijstand een inhouding toch niet, omdat ze in de schuldhulpverlening zitten en het niet in mindering wordt gebracht op het leefgeld. [3] 
    • Eerder was de rechtbank in Haarlem nog tot het oordeel gekomen dat een iPad een computer is en daarom niet belastingvrij, dat wil zeggen zonder inhouding van loonheffing, aan werknemers kan worden verstrekt. Die uitspraak is vernietigd. [4] 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen