inhangen
Uiterlijk
)
- in·han·gen
- samenstelling van in en hangen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inhangen |
hing in |
ingehangen |
| klasse 7 | volledig | |
inhangen [1]
- iets of iemand ergens in ophangen
- ▸ "Alleen al het inhangen van alle lampen kost 55.000 euro. Daar komt nog zo'n 800 euro aan energiekosten bij."De stichting heeft 2000 donateurs en wordt gesponsord door tientallen bedrijven.[2]
- Het woord 'inhangen' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “'Grootste kerstboom'weer verlicht bij IJsselstein” (zondag 8 december, 12:29), NOS