ingeving

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·ving
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ingeving ingevingen
verkleinwoord ingevinkje ingevinkjes

Zelfstandig naamwoord

ingeving v

  1. een gedachte die zomaar opkomt
    • Tijdens het autorijden kreeg hij een ingeving en wist hij gelijk hoe het probleem opgelost kon worden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.