ingetogenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de ingetogenheid van de H. Margaretha contrasteert met de wilde bewegingen van de draak
Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·to·gen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ingetogenheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ingetogenheid v [1]

  1. keurige en bescheiden manier van doen
    • Ze rukte zo hard aan zijn stropdas en overhemd dat er een knoopje vanaf sprong. Bij de zevenentachtigjarige Juliana had, in de formulering van de regisseur, 'de ingetogenheid plaats gemaakt voor een ongeremde wil om te laten merken hoe ze er echt over dacht'. De lunch betekende `een welkome onderbreking. Prins Bernhard nam daarna het initiatief door als eerste een alinea van de gewraakte tekst voor te lezen, de gekalmeerde Juliana vervolgde met een door haar uitgesproken alinea.' 22[2] 
    • Ze dronken hun Martini's. Gaandeweg veranderde er iets aan de sfeer. De ingetogenheid balde zich samen tot een voelbare spanning. De vrouwen werden beweeglijker, losser, vrolijker, uitbundig. [3] 
    • De hoofdredactie kijkt redelijk tevreden terug op die ingetogenheid. Maar de worsteling blijft. De krant had eerder dan maandag een reportage willen hebben over de meespeurende burgers. Ook het gewenste gedegen profiel van de verdachte bleef uit. Daarin moet de krant 'creatiever' zijn, zegt de hoofdredactie. Op het gevaar af dat je via de U-bocht alsnog de sensatiezucht voedt. 'De katholieke route' heet dat intern, en die is niet altijd fraai. [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Withuis, Jolande Juliana [2016] ISBN 978-90-234-3523-5 pagina 734
  3. Brouwers, Marja Havinck [1989] ISBN 90-234-0880-2 pagina 125
  4. Volkskrant Jean-Pierre Geelen 14 oktober 2017
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be