ingestort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·stort
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: instorten…
verbogen vorm: ingestorte

ingestort

  1. voltooid deelwoord van instorten
  2. vormt de voltooide tijden
    • De aandelenmarkt is daarna volledig ingestort. 
     Meteen liep ik naar mijn tent die onder het gewicht van de sneeuw voor de helft bleek te zijn ingestort.[1]
  3. attributief gebruikt
    • Het ingestorte huis moest geheel afgebroken worden. 
    • In Nederland staan mogelijk honderd tot honderdvijftig gebouwen met vloeren zoals die in de ingestorte parkeergarage zijn gebruikt. [2] 
stellend
onverbogen ingestort
verbogen ingestorte
partitief ingestorts

Bijvoeglijk naamwoord

ingestort

  1. in elkaar gevallen, vervallen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. www.nu.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be