ingericht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·richt
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
inrichten

ingericht

  1. voltooid deelwoord van inrichten
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ingericht ingerichter ingerichtst
verbogen ingerichte ingerichtere ingerichtste
partitief ingerichts ingerichters -

Bijvoeglijk naamwoord

ingericht

  1. voorzien van meubelen en andere zaken die noodzakelijk zijn om in een ruimte te kunnen wonen
    • Wij huurden een volledig ingerichte tent, omdat we in onze kleine auto onmogelijk zelf alle kampeerspullen konden meenemen 
    • In zijn kraton Kaspuhan geeft de jonge sultan Natadiningrat een rondleiding door de rijk ingerichte en gestoffeerde koninklijke zalen. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia Wilma van der Maten 20-08-15, Een Javaanse koningsstad herrijst