ingenaaid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·naaid
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ingenaaid
verbogen ingenaaide
partitief ingenaaids

Bijvoeglijk naamwoord

ingenaaid [1]

  1. van een boek dat de pagina's aan de rugzijde aan elkaar zijn geplakt en dat het een slappe kaft heeft
    • In Taaltoerisme (ingenaaid, 175 blz., €16) beschrijft journalist Gaston Dorren „feiten en verhalen over 53 Europese talen”. Hij doet dat zo enthousiast dat je moeiteloos blijft lezen over bijvoorbeeld het Albanees van de Late Middeleeuwen. Wat ook helpt, is dat zijn stukken kort zijn: twee of drie bladzijden. Kort maar informatief. [2] 
  2. met naald en draad ergens in vastgemaakt
    • 'Het kogelvrije deel is ingenaaid, dus je hoeft je geen zorgen te maken dat je het per ongeluk thuis laat liggen. Daardoor zijn je kinderen beter beveiligd als het ondenkbare gebeurt', aldus de producent. 'Het is een vreselijk ding en je moet er niet aan denken dat je kind dit nodig heeft, maar door de tragedie in Newtown is onze verkoop tien keer beter dan normaal.' [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
innaaien

ingenaaid

  1. voltooid deelwoord van innaaien

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen