ingeburgerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·bur·ger·de

Deelwoord

ingeburgerde

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord ingeburgerd van inburgeren

Bijvoeglijk naamwoord

ingeburgerde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van ingeburgerd