informaticaleraartje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·for·ma·ti·ca·le·raar·tje

Zelfstandig naamwoord

informaticaleraartje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord informaticaleraar