infodag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fo·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord infodag infodagen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

infodag m

  1. grote voorlichtingsbijeenkomst met meerdere onderdelen binnen één etmaal
    • De werklozen belangenvereniging Rotterdam wil een infodag houden met iedereen die bezig is op het gebied van de werkloosheid. Op de infodag kunnen de verschillende opvattingen en werkwijzen bij elkaar gelegd worden. [1]

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen