infle
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| inflar |
infle
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van inflar
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van inflar
- gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van inflar
| vervoeging van |
|---|
| inflarse |
infle