inflatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fla·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opzetting van de buik’ voor het eerst aangetroffen in 1624 [1]
  • afgeleid van het Franse inflation (met het achtervoegsel -atie) [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord inflatie inflaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inflatie v

  1. (economie) het stijgen van het prijspeil waardoor het geld zijn waarde verliest
    • Wanneer er te veel geld in omloop gebracht wordt ontstaat er hoge inflatie. 
  2. (astronomie) kosmische ~ Hypothetische korte periode van extreme uitzetting die het heelal zeer kort na de Oerknal zou hebben gekend
  3. het overdreven benadrukken van het belang of meer dan nodig naar voren halen van iets
    • Inflatie van de gele kaart.[4] 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen