infirmerie
Uiterlijk
- Geluid: infirmerie (hulp, bestand)
- in·fir·me·rie
- afkomstig van het Franse woord infirmerie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | infirmerie | infirmerieën infirmeries |
| verkleinwoord |
de infirmerie v
- verpleegpost, of -afdeling
- Door de hevige gevechten was de infirmerie onderbemand.
- Het woord infirmerie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "infirmerie" herkend door:
| 47 % | van de Nederlanders; |
| 76 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- van infirmier met het achtervoegsel -erie; verving een oudere vorm enfermerie, een afleiding van enfermier, de oudere vorm van infirmier [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| infirmerie | l'infirmerie | infirmeries | les infirmeries |
infirmerie v
- ↑ infirmerie (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 47 %
- Prevalentie Vlaanderen 76 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 10
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -erie in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans