infertiliteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fer·ti·li·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord infertiliteit infertiliteiten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

infertiliteit v

  1. (medisch) (biologie) het verschijnsel waardoor een mens, dier of plant zich niet voort kan planten
    • Kanker treft niet alleen ouderen, maar ook mannen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd. "Het kan dus voorkomen dat bij een man of vrouw kanker ontdekt wordt op het moment dat een stel probeert zwanger te raken", stelt prof. dr. Petra De Sutter van het Centrum voor Infertiliteit, Universitaire Vrouwenkliniek Gent, op de website van Fertimagazine. [1] 
    • De infertiliteit zet wel de plot in gang en biedt veel ruimte voor katholieke symboliek. Regisseur Alfonso Cuarón kijkt niet op een onsje kitsch meer of minder. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad A. Boon 2 april 2012 Kanker en vruchtbaarheid
  2. NRC B. Stigter 25 oktober 2006 Loodzware ernst in plausibele dystopie