inergatief
Uiterlijk
- Geluid: inergatief (hulp, bestand)
- IPA: / ˌɪnɛrɣaˈtif / (4 lettergrepen)
- in·er·ga·tief
- afgeleid van ergatief met het ontkennend voorvoegsel in-, omdat bij deze werkwoorden het onderwerp de handeling uitvoert, in tegenstelling tot ergatieve werkwoorden waar het onderwerp eigenlijk het object vormt van de handeling waarvan de uitvoering al door het werkwoord zelf wordt uitgedrukt
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | inergatief | inergatiever | - |
| verbogen | inergatieve | inergatievere | - |
| partitief | inergatiefs | - | - |
inergatief
- (taalkunde) (over de betekenis van een werkwoord) nooit met een lijdend voorwerp maar wel met een onderwerp dat duidelijk de handeling uitvoert
Bijvoorbeeld "blaffen": in "de hond blaft" is er een onderwerp dat duidelijk als agens optreedt: de hond. In de voltooide tijd krijgt deze groep het hulpwerkwoord hebben: "de hond heeft geblaft". De lijdende vorm is beperkt tot een onpersoonlijke vorm die meestal ingeluid wordt door er: "er wordt geblaft"; de mogelijkheid van deze laatste, passieve, constructie, maakt het werkwoord 'beperkt overgankelijk'. Bij inergatieve werkwoorden kan alleen het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijke bepaling voor een zelfstandig naamwoord staan, maar niet het voltooid deelwoord: "een blaffende hond" is mogelijk, "eengeblaftehond" niet.
- ergatief (3.2)
- Het woord 'inergatief' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Ontkennend voorvoegsel in- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal