ineenstorten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·een·stor·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ineenstorten
stortte ineen
ineengestort
zwak -t volledig

Werkwoord

ineenstorten

  1. ergatief in stukken uiteenvallen, instorten, gewoonlijk tot een veel kleiner volume
    • Bij een supernova stort een ster ineen onder zijn eigen gewicht. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.