induwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·du·wen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

induwen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
induwen
duwde in
ingeduwd
zwak -d volledig
  1. door een drukkende beweging naar beneden bewegen
    • In het geval van Frankrijk zorgt het bij moslims zelfs tot fundamentalisme. „Mijn moeder zei vroeger al dat je bij een puber de veer niet al te ver moet induwen, anders komt hij op enig moment met extra kracht omhoog.” [1] 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het gaspedaal induwen
iets of iemand stimuleren om meer vaart te maken; aanjagen; opjagen
AA Gent moest het gaspedaal zelfs niet volledig induwen om Zulte Waregem constant onder druk te zetten. Na twintig minuten kreeg het dan ook wat het verdiende: Coulibaly troefde Baudry af en kopte de bal onhoudbaar voorbij Bostyn. [2]
Zover zijn we nog niet. Centrale banken wereldwijd blijven het gaspedaal induwen, of staan enkel met hun kleinste teen op de rem. De goede economische tijden kunnen best nog een tijd duren, geeft het IMF aan, maar het voegt er wel aan toe dat een ongeluk snel gebeurd is. Zonder hem bij naam te noemen, krijgt Donald Trump een flinke vermaning. ‘Het terugdraaien van het strenger financieel toezicht dat er na de crisis is gekomen, kan leiden tot lagere kapitaal- of liquiditeitsbuffers, met negatieve gevolgen voor de mondiale financiële stabiliteit’, klinkt het. De Amerikaanse president heeft plannen om banken aan een minder strakke leiband te leggen. [3]
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen