Naar inhoud springen

industrieel

Uit WikiWoordenboek
  • in·dus·tri·eel
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen industrieelindustriëlerindustrieelst
verbogen industriëleindustriëlereindustrieelste
partitief industrieelsindustriëlers-

industrieel

  1. tot de industrie behorend
  2. met veel fabrieken
     Ondertussen trok de industriële voorstad van San Diego aan ons voorbij.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord industrieel industriëlen
verkleinwoord industrieeltje industrieeltjes

deindustrieelm

  1. eigenaar van een fabriek
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[2]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be