indulgent
Uiterlijk
- in·dul·gent
- uit het Frans
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | indulgent | indulgenter | indulgentst |
| verbogen | indulgente | indulgentere | indulgentste |
| partitief | indulgents | indulgenters | - |
indulgent [1]
- bereid/geneigd om anderen hun zin te geven en in te binden
- Het woord indulgent staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "indulgent" herkend door:
| 58 % | van de Nederlanders; |
| 58 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: indulgent (VK) (hulp, bestand)
- IPA: /ɪnˈdʌld͡ʒənt/
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| indulgent | more indulgent | most indulgent |
indulgent
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 58 %
- Prevalentie Vlaanderen 58 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 9
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels