inductief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·duc·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen inductief inductiever inductiefst
verbogen inductieve inductievere inductiefste
partitief inductiefs inductievers -

Bijvoeglijk naamwoord

inductief [1]

  1. na detailonderzoek, uit het bijzondere tot het algemene besluitend
  2. (natuurkunde) betrekking hebbend op (magnetische) inductie
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen