indringer
Uiterlijk
- in·drin·ger
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | indringer | indringers |
| verkleinwoord | indringertje | indringertjes |
de indringer m
- iemand die zich met geweld toegang verschaft
- iemand die zich ergens met list en geweld een positie veroverd heeft
- bemoeizuchtig persoon
3. bemoeizuchtig persoon
- Het woord indringer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "indringer" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be