indignado
Uiterlijk
- in·dig·na·do
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | indignado | indignado's |
| verkleinwoord |
de indignado m
- (persoon) (maatschappij) iemand die boos is over grote economische ongelijkheid en corruptie, vooral gebruikt voor deelnemers aan protestbewegingen in Spaanstalige landen in het begin de de 21 eeuw
- ▸ De indignado staat niet op zichzelf. In toenemende mate wordt de financiële markt gepersonifieerd en tot boeman gemaakt.[1]
- Het woord indignado staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie Sandra PhlippenMarkt als spiegel in: Economisch Statistische Berichten (ESB), jrg. 96 nr. 4622 (11 november 2011), p. 663 kol. 1
- in·dig·na·do
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | indignado | indignados |
| vrouwelijk | indignada | indignadas |
indignado
| vervoeging van |
|---|
| indignar |
indignado
- voltooid deelwoord (participio) van indignar
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Maatschappij in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 9
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Spaans
- Werkwoordsvorm in het Spaans
- Voltooid deelwoord in het Spaans