indicateur
Uiterlijk
- Geluid: indicateur (hulp, bestand)
- in·di·ca·teur
- Naamwoord van handeling van indiceren met het achtervoegsel -ateur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | indicateur | indicateurs |
| verkleinwoord | indicateurtje | indicateurtjes |
indicateur
- Het woord 'indicateur' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| indicateur | l'indicateur | indicateurs | les indicateurs |
indicateur m
- [3] indic
- ↑ indicateur (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -ateur in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 10
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ateur in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans