inden
Uiterlijk
- in·den
| vervoeging van |
|---|
| innen |
inden
- meervoud verleden tijd van innen
- Wij inden.
- Jullie inden.
- Zij inden.
- Wij inden.
- Het woord inden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.