indammen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·dam·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
indammen
damde in
ingedamd
zwak -d volledig

Werkwoord

indammen

  1. binnen vooraf bepaalde grenzen houden
    • De enthousiaste man moest je wel indammen anders kon hij zomaar een uur aan het praten blijven. 
    • 'Het indammen van de vluchtelingenstroom' is een fraai stukje watertaal. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.