incubatietijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·cu·ba·tie·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord incubatietijd incubatietijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

incubatietijd m [1]

  1. (medisch) de tijd tussen besmetting met een microorganisme en het uitbreken van de ziekte
    • Een andere nieuwe taak is dat ik via telefoon contact moet onderhouden met de nationale staf als ze mogelijk zijn blootgesteld aan Ebola (zonder PPE), tot de 21 dagen incubatietijd voorbij zijn en we zeker weten dat ze niet geïnfecteerd zijn. Op dit moment heb ik een lijst met zes namen om zo'n beetje om de dag te bellen om te vragen of ze zich goed voelen of dat ze koorts hebben.[2] 
  2. de tijd tussen de oorzaak en de gevolgen van een gebeurtenis
    • Soms zorgen traumatische ervaringen in de kindertijd weliswaar voor latere psychologische problemen, maar in dat geval zijn ze allesbehalve verdrongen, wel integendeel. In regel ondervindt het slachtoffer veel moeite om ze van zich af te zetten. Dat is volstrekt in strijd met de freudiaanse logica, volgens dewelke herinneringen enkel een pathogene kracht kunnen bezitten wanneer ze eerst voor enige tijd uit het bewustzijn werden verdrongen. Er bestaat geen enkel psychologisch mechanisme dat die incubatietijd kan verklaren. Als trauma's problemen veroorzaken, gaan ze niet eerst twintig jaar sluimeren om dan in alle hevigheid los te breken. De notie van verdringing, waarbij een traumatische herinnering volledig uit het bewustzijn wordt verbannen, in die mate dat de patiënt zich met de beste wil van de wereld niets meer kan herinneren, is pseudopsychologische fictie.[3]  
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Dennis, Andy en Anna Simon Ebola van dichtbij 2016 ISBN 978-94-6153971-7 pagina
  3. Braeckman, Johan & Maarten Boudry De ongelovige Thomas heeft een punt' 2011 ISBN 978-90-8924-188-7pagina 164