incola

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Woordafbreking
  • in·co·la
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

incŏla m/v

  1. inwoner
    «Iapones diutius vivunt quam ceteri populi, nam ex centum viginti septem milionibus incolarum triginta sex milia quingenti centum annos superaverunt.[1]»
    Japanners leven langer dan overige volkeren, want van 127 miljoen inwoners overschreden er 36.500 de honderd jaar.
Verbuiging


Verwijzingen