inch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Inch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • inch
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘Engelse duim’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord inch inches
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inch m o

  1. (eenheid) Engelse duim, lengtemaat van 2,54 cm
    • In de industrie en de bouw wordt de inch nog wel gebruikt (bijv. een 3-duims pijp of een 1-duims dikke plaat hout). Andere zaken waarvan de maat nog vaak in inch aangeduid wordt, zijn beeldschermen van computers 
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen