inbussleutel
Uiterlijk

- Geluid: inbussleutel (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɪmbʏˌsløtəl / (4 lettergrepen)
- in·bus·sleu·tel
- samenstelling van inbus zn en sleutel zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | inbussleutel | inbussleutels |
| verkleinwoord | inbussleuteltje | inbussleuteltjes |
de inbussleutel m
- (gereedschap) een stuk gereedschap om inbusschroeven vast te zetten of los te draaien
- Het woord inbussleutel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Gereedschap in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal