inbraakmelding
Uiterlijk
- in·braak·mel·ding
- samenstelling van inbraak zn en melding zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | inbraakmelding | inbraakmeldingen |
| verkleinwoord |
de inbraakmelding v
- keer dat de politie een bericht over een inbraak ontvangt
- ▸ De man bestuurde een busje dat in verband wordt gebracht met de zaak. De 45-jarige politieagent kwam om toen hij met collega's afging op een inbraakmelding. De agenten snapten de inbrekers, en in de daaropvolgende achtervolging werd hij doodgeschoten.[1]
- ▸ De man werd vrijdagavond op de Bergweg betrapt na een inbraakmelding. Hij gedroeg zich zeer agressief en negeerde de bevelen van de agenten. Die schoten de man in zijn been.[2]
- Het woord 'inbraakmelding' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Verdachte in zaak dode agent Bonaire weer vrij” (zaterdag 27 augustus 2016, 10:17), NOS - ↑
Weblink bron “Politie schiet agressieve inbreker in been” (zaterdag 4 april 2015, 00:28), NOS