inbeuken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·beu·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inbeuken
beukte in
ingebeukt
zwak -t volledig

Werkwoord

inbeuken

  1. overgankelijk met een ram zich toegang verschaffen tot een afgesloten ruimte
    • Zij slaagden er eindelijk in de poort in te beuken. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • inbeuken op iemand
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be