inbelpunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·bel·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inbelpunt inbelpunten
verkleinwoord inbelpuntje inbelpuntjes

Zelfstandig naamwoord

inbelpunt

  1. (communicatie) locatie waarnaar of waarop men kan inbellen (bijv. met een modem voor verbinding met een netwerk)

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen