inbedden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·bed·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inbedden
bedde in
ingebed
zwak -d volledig

Werkwoord

inbedden

  1. overgankelijk een plaats geven als onderdeel
  2. overgankelijk een goed beklede plaats geven
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
inbedden

inbedden

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van inbedden
    • ...dat wij inbedden. 
    • ...dat jullie inbedden. 
    • ...dat zij inbedden. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.