improvisatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pro·vi·sa·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord improvisatie improvisaties
verkleinwoord improvisatietje improvisatietjes

Zelfstandig naamwoord

improvisatie v

  1. ter plekke verzonnen versie van een muziekstuk, voorlezing, enz. dat niet van te voeren bedacht is
    • Een improvisatie spelen. 
    • Moeiteloos liet ik me gaan in muzikale improvisaties. Wat een klank, wat een heerlijkheid gaf deze Bechstein ons. [1] 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 173