Naar inhoud springen

importer

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
importer
importais
importé
eerste groep volledig

importer

  1. overgankelijk (economie) importeren; invoeren (vanuit het buitenland)
  2. onovergankelijk belangrijk zijn (van voorwerpen)
  3. onpersoonlijk belangrijk zijn
  • il importe de + inf.
het is belangrijk ... te ...
  • il importe que + subj.
het is belangrijk dat ...
  • in de betekenis van belangrijk zijn komt het alleen voor in de infinitief of in de derde persoon enkelvoud of meervoud
  • de onpersoonlijke vorm il importe que "het is belangrijk dat" wordt gevolgd door de subjonctif