Naar inhoud springen

implantemos

Uit WikiWoordenboek
vervoeging van
implantar

implantemos

  1. aanvoegende wijs eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van implantar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van implantar
vervoeging van
implantarse

implantemos

  1. aanvoegende wijs eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van implantarse
  2. gebiedende wijs (ontkennend) eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van implantarse