impertinentie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·per·ti·nen·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord impertinentie impertinenties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

impertinentie v

  1. handeling die uiting geeft aan een gebrek aan achting of beleefdheid
     Even glinsterde het sap tussen haar lippen, toen slikte zij, en het was of het enige onderwerp waar Willem Augustijn met haar over spreken wilde voorgoed verdween in de diepte van haar geveinsde descretie; of zij het met razendsnel raffinement, door een impertinentie op zich te nemen die zij niet begaan had, voor eens en altijd had ingepakt en opgeborgen in de secretaire van het privé-domein.[2]
     Mag ik u eigenlijk wel tutoyeren? U kent mij niet, maar ik ken jou beter dan sommige figuren die al jaren stamgast aan mijn verjaardagstafel zijn. Tegelijk bewonder ik u, uw bescheidenheid en uw volharding, zozeer dat enige beleefdheid gepast zou zijn. Met gevaar voor impertinentie: het blijft jij.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Thomas Rosenboom op WikipediaGewassen vlees” op Wikipedia (2014), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021436173
  3. Bronlink geraadpleegd op 3 mei 2022 Weblink bron Frank Heinen “Een brief voor Greg van Avermaet” (23/07/2014), HP de Tijd