imperialist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pe·ri·a·list
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord imperialist imperialisten
verkleinwoord imperialistje imperialistjes

Zelfstandig naamwoord

imperialist m

  1. iemand die streeft naar staatkundige en economische expansie, aanhanger van het imperialisme
  2. (geschiedenis) (verouderd) aanhanger van een keizer
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen