immigratie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·mi·gra·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord immigratie immigraties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

immigratie v

  1. het zich metterwoon vestigen van vreemdelingen in een land
    • Door verdere afname van de immigratie en een toename van de emigratie neemt de bevolkingsgroei sterk af. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie