imitari

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Latijn

stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. pass.
1e pers. enk.
ind. perf. pass.
ĭmĭtāri ĭmĭtor ĭmĭtātus sum
eerste vervoeging volledig deponent

Werkwoord

ĭmĭtāri

  1. nabootsen, navolgen, nadoen
  2. evenaren
  3. uitbeelden, uitdrukken, voorstellen
  4. (postklassiek) veinzen