illuster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • il·lus·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doorluchtig’ voor het eerst aangetroffen in 1553 [1]
  • Afkomstig van het Latijnse illustris (schitterend, glanzend) dat weer van illustrare (verlichten) komt.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen illuster illusterder illusterst
verbogen illustere illusterdere illusterste
partitief illusters illusterders -

Bijvoeglijk naamwoord

illuster

  1. beroemd, zeer bekend van reputatie
    • Hij heeft iets tegen staatshoofden en overige illustere figuren. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen