Naar inhoud springen

ijzeren

Uit WikiWoordenboek
  • ij·ze·ren
  • Afgeleid van ijzer met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen ijzeren

ijzeren

  1. van ijzer gemaakt
    • Daarin zit een ijzeren pin. 
     Ik ging voorzichtig op de rand van het ijzeren bed zitten en vroeg me af of een ander gezin dit huis ooit weer met leven zou vullen, met nieuwe kansen, hoop en mislukkingen.[1]
     Voor Genie had ik een ouderwetse, kanten blouse gekocht, recht uit Little house on the prairie. En voor Goldie een ijzeren hoefijzer, omdat hij een glans van geluk over zich had.[2]
  2. (figuurlijk) hard en onverwoestbaar
  • [2] met een ijzeren vuist regeren
    op nietsontziende wijze de macht uitoefenen.
  • [2] IJzeren Hein
    1. iemand die stug doorgaat
    (Bargoens) brandkast
96 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be