ijveraar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ij·ve·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijveraar ijveraars
ijveraren
verkleinwoord ijveraartje ijveraartjes

Zelfstandig naamwoord

ijveraar m

  1. iemand die zich sterk inzet voor een bepaalde zaak
    • Een comité in Zwitserland dat zich recent als ijveraars voor de invoering van de doodstraf presenteerde, houdt er mee op. 

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.