ijsvogel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Alcedo atthis
Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·vo·gel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘scharrelaarachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1]
  • samenstelling van  ijs   en  vogel  
enkelvoud meervoud
naamwoord ijsvogel ijsvogels
verkleinwoord ijsvogeltje ijsvogeltjes

Zelfstandig naamwoord

ijsvogel m

  1. (vogels) Alcedo atthis op Wikispecies, blauwgroen vogeltje met oranje borst en spitse snavel, dat vooral van visjes leeft
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen