ijsbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijsbal ijsballen
verkleinwoord ijsballetje ijsballetjes

Zelfstandig naamwoord

ijsbal m

  1. zeer harde sneeuwbal
    • Het fenomeen deed zich bij eerdere winters ook al voor, maar zo overweldigend als nu was het niet eerder. De ijsballen ontstaan volgens lokale media doordat stukken ijs afbreken. De golven zorgen er vervolgens voor dat het kogelronde ijsballen worden.[2] 
    • In Schagen gaat de ijsbaan voortaan 's avonds dicht. Noodgedwongen, want een groep van zo'n vijftien verveelde pubers gooit met ijsballen. [3] 

Meer informatie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. ijsbal op website: Etymologiebank.nl
  2. de Telegraaf 09 jan. 2018
  3. de Telegraaf HESTER ZITVAST 18 dec. 2017