ijkmaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijk·maat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijkmaat ijkmaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijkmaat v/m

  1. een standaardmaat waaraan men andere zaken afmeet
    • Niet langer wordt met een noordelijk liniaaltje nagemeten of een Nederlands woord dat in België wordt gebruikt, aan de Hollandse ijkmaat voldoet, maar er wordt met twee gelijkwaardige maten gemeten. Twee dingen spelen daarbij een rol: feiten en meningen. Feiten over het werkelijke gebruik van een woord en meningen van taalgebruikers. [1] 
    • Hoe brengt Michael Gorbatsjov, aan wiens bijna zevenjarig bewind eergisteren een eind is gekomen, het er bij dit examen af? Is dat bewind, door de bank genomen, een zegen geweest (en zo ja, voor wie?) dan wel een ramp (en zo ja, voor wie?)? Laten we, gebruikmakend van die ijkmaten, proberen tot een oordeel te komen, wel beseffend dat dit slechts voorlopig kan zijn, al was het slechts omdat de tijdgenoot over minder informatie beschikt dan de toekomstige historicus. [2] 
    • Nachtkastjes-auteurs zijn auteurs van hangkastformaat die men altijd bij zich zou willen hebben. Ze gaan een leven lang mee en laten in de marges van hun boeken een spoor van uitroeptekens achter. Ze zijn schaars, en Georg Christoph Lichtenberg is er één van. Een dosis van zijn werk voor het slapengaan en een dosis bij het opstaan: het verjaagt de wolken en vormt de ijkmaat voor elke lezer die het zicht op zijn lectuur en elke schrijver die het zicht op zijn schrijverij realistisch wil houden. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 04 NOVEMBER 2013 OM 03:00 UUR | Rik Schutz Twee Nederlandsen
  2. NRC J.L. Heldring 27 december 1991 De strateeg in tactiek verstrikt
  3. NRC Gerrit Komrij 15 juli 1992 Lichtenbergiana